Rechtbank Rotterdam 1 december 2011 (leads naar financiële dienstverlening), LJN BU6967
Rechtsvraag: is het doorgeven van leads door verzoeker aan te merken als bemiddelen in de zin van artikel 1:1 van de Wft? Ja. De voorzieningenrechter acht hierbij in de eerste plaats van belang dat, nadat de consument zijn gegevens had achtergelaten op de website van B, via die website automatisch een ‘lead’ werd verzonden aan financiële dienstverlener E dan wel financiële dienstverlener G. Het was vervolgens aan hen om contact met de consument op te nemen. Anders dan in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 7 april 2008 (LJN BC8951), was er geen sprake van een platform via welk door de consument een keuze kon worden gemaakt uit verschillende aanbieders. De voorzieningenrechter neemt bij het bovenstaande tevens in aanmerking dat de door de consument in te vullen gegevens meer inhielden dan alleen zogenaamde NAW-gegevens. Derhalve was er sprake van inhoudelijke betrokkenheid van verzoeker bij de tot stand gekomen overeenkomsten. Het was verzoeker die het contact tussen consument en bemiddelaar verzorgde onder het verstrekken van relevante gegevens voor het afsluiten van een krediet. Daarnaast komt betekenis toe aan de omstandigheid dat verzoeker werd betaald voor de via zijn website verkregen ‘leads’. Het feit dat sprake is van een door verzoeker geheel geautomatiseerd systeem van gegevensoverdracht tussen consument en de financiële dienstverleners maakt het voorgaande niet anders. Het gegeven dat verzoeker heeft bemiddeld voor bemiddelaars die wel in het bezit zijn een vergunning, maakt dit evenmin anders.
Rechtsvraag: is het doorgeven van leads door verzoeker aan te merken als bemiddelen in de zin van artikel 1:1 van de Wft? Ja.
De voorzieningenrechter acht hierbij in de eerste plaats van belang dat, nadat de consument zijn gegevens had achtergelaten op de website van B, via die website automatisch een ‘lead’ werd verzonden aan financiële dienstverlener E dan wel financiële dienstverlener G. Het was vervolgens aan hen om contact met de consument op te nemen. Anders dan in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 7 april 2008 (LJN BC8951), was er geen sprake van een platform via welk door de consument een keuze kon worden gemaakt uit verschillende aanbieders. De voorzieningenrechter neemt bij het bovenstaande tevens in aanmerking dat de door de consument in te vullen gegevens meer inhielden dan alleen zogenaamde NAW-gegevens. Derhalve was er sprake van inhoudelijke betrokkenheid van verzoeker bij de tot stand gekomen overeenkomsten. Het was verzoeker die het contact tussen consument en bemiddelaar verzorgde onder het verstrekken van relevante gegevens voor het afsluiten van een krediet. Daarnaast komt betekenis toe aan de omstandigheid dat verzoeker werd betaald voor de via zijn website verkregen ‘leads’.
Het feit dat sprake is van een door verzoeker geheel geautomatiseerd systeem van gegevensoverdracht tussen consument en de financiële dienstverleners maakt het voorgaande niet anders. Het gegeven dat verzoeker heeft bemiddeld voor bemiddelaars die wel in het bezit zijn een vergunning, maakt dit evenmin anders.